Hoofdlijnenakkoord 2024: plussen en minnen voor de digitale sector

Het Hoofdlijnenakkoord van de PVV, VVD, NSC en BBB laat voor de ICT-sector een wisselend beeld zien. Enerzijds is er volop ambitie om Nederland een aantrekkelijk vestigingsland te laten blijven, anderzijds wordt er stevig gesnoeid in de middelen voor innovatie. Onder meer door de 4e en 5e ronde van het Nationaal groeifonds te schrappen.

Onze reactie op het akkoord

Een opsteker is de aandacht voor kennismigranten. Op basis van de huidige teksten lijkt kennismigratie voor kraptesectoren zoals de digitale sector mogelijk te blijven. Op het gebied van onderwijs zijn nog een hoop onzekerheden. Uit de teksten blijkt dat men door wil met de huidige curriculum herziening, maar ook een verscherpte focus wil op rekenen, lezen en taal. Wat dit dan betekent voor digitale geletterdheid is onduidelijk. Ook op het gebied van Engelstalig onderwijs en buitenlandse studenten is nog niet duidelijk wat ze willen. Men wil beide inperken maar er lijkt ruimte voor maatwerk voor studies waar Engels cruciaal is.

Het thema digitalisering komt terug in de stukken maar vooral in de zin dat het genoemd wordt als toepassing. Het komt niet terug als drijvende kracht achter vele economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat is een gemiste kans. Wel wordt er in verschillende domeinen geld vrij gemaakt voor digitalisering. Zo zijn er honderden miljoenen voor digitalisering in de wijkzorg en langdurige zorg en wil men inzetten op robotisering in de landbouwsector.

Ook wordt duidelijk dat de formerende partijen stevig willen snijden in de Rijksoverheid zelf. Onder meer door een taakstelling op ambtenaren, maar ook door het terugbrengen van de externe inhuur, oplopend tot € 1 miljard. Hoe zich dat vertaalt naar de ICT-projecten van de Rijksoverheid, waar in de regel ook veel externen bij betrokken zijn, is nog onduidelijk. Ook wordt er komende jaren tot € 1 mld. gesneden in subsidies. Dit kan impact hebben op lopende publiek-private samenwerkingen.

Daarnaast lijken de partijen qua wet- en regelgeving expliciet te kiezen voor het volgen van Europees beleid. Op verschillende terreinen wordt expliciet aangegeven dat men geen nationale koppen wil. Een opsteker in het licht van alle nog komende wetgeving uit Europa op het gebied van digitalisering.

Wat valt ons verder op

Onderstaand meer in detail vielen ons de volgende punten op (klik op het pijltje naar beneden om dit per onderwerp te lezen).

Kennis- en studiemigratie is van belang voor de Nederlandse economie, maar de omvang moet in verhouding staan tot wat gemeenten, onderwijs, zorg en wonen kunnen dragen. Daarom:

  • De kwalificatie-eisen van de kennismigrantenregeling worden aangescherpt en verhoogd.
  • Beperking van studiemigratie in het hoger onderwijs in de bachelorfase, met uitzondering van studies waar arbeidsmarkttekorten zijn, rekening houdend met lokale omstandigheden (hoe groter de problemen, hoe meer beperkingen).
  • Studiemigratie wordt selectiever door meer opleidingen in het Nederlands, een numerus fixus voor buitenlandse studenten, beperking tot het verkrijgen van een basisbeurs en verhoging van het collegegeld voor niet-EU-studenten.
  • Nederland mag niet naïef zijn over statelijke actoren die mensen hier naartoe sturen of hier aansturen voor spionage. Er worden maatregelen genomen om onze kennis te beschermen.
  • De huidige curriculumherziening wordt doorgezet. De kerndoelen worden herzien; het aantal wordt fors verminderd en er wordt focus aangebracht. De basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen krijgen absolute prioriteit. Doelen over relationele en seksuele voorlichting zijn neutraal en beter toegesneden op de leeftijd van leerlingen, in het bijzonder in het basisonderwijs.
  • Het bevorderen van de Nederlandse taalvaardigheid wordt weer een kerntaak van kennisinstellingen in het Hoger Onderwijs. De ‘verengelsing’ wordt teruggedrongen, met strategische uitzonderingen voor opleidingen voor tekortberoepen.
  • Verminderen internationale studenten (via bestuurlijk akkoord). Beperking van studiemigratie in het hoger onderwijs in de bachelorfase, met uitzondering van technische studies, rekening houdend met lokale omstandigheden (hoe groter de problemen, hoe meer beperkingen). De inzet is erop gericht hierover met universiteiten en hogescholen een bestuurlijk akkoord af te sluiten.
  • Een grote impuls in woningbouw, infrastructuur, bereikbaarheid en energietransitie.
  • De energietransitie moet gericht zijn op het verminderen van bestaande en het voorkomen van nieuwe afhankelijkheid.
  • Stabiel beleid is belangrijk: burgers en bedrijven moeten weten waar ze aan toe zijn. Het klimaatbeleid moet draagbaar, haalbaar en uitvoerbaar zijn; handelingsperspectief voor burgers en bedrijven is cruciaal. We houden ons aan de bestaande afspraken; alleen als we de doelen niet halen, maken we alternatief beleid. Er komen geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid.
  • Er wordt ingezet op meer energieonafhankelijkheid en eigen duurzame energieproductie. Met de juiste maatregelen wordt groene groei bevorderd en schadelijke uitstoot verminderd. Door te investeren in duurzame energiebronnen en innovatie, creëert Nederland een gunstig klimaat voor ondernemerschap. Dit leidt niet alleen tot een schonere omgeving, maar ook tot economische groei en nieuwe zakelijke kansen.
  • Verduurzaming van het wagenpark blijft gestimuleerd worden. De elektrische rijder gaat eerlijk bijdragen, om de opbrengsten op de lange termijn houdbaar te houden.
  • Het oplossen van netcongestie krijgt voorrang, waarbij de regie bij het kabinet ligt. Onder andere als het gaat om (her-)prioritering van wie wanneer op het net wordt aangesloten.(p.14).
  • Afschaffen salderingsregeling voor kleinverbruikers. De salderingsregeling voor kleinverbruikers wordt met ingang van 1 januari 2027 beëindigd. (Budgettaire bijlage p.4/ 11).
  • Bij de grondstoffentransitie staat het verminderen van de afhankelijkheid van andere landen centraal. Waar mogelijk worden materialen hergebruikt.
  • Invoeren circulaire plastic heffing. Met ingang van het jaar 2028 wordt een circulaire plastic heffing ingevoerd. (Budgettaire bijlage p.4/10).
  • Innovatie wordt breed opgevat, dus inclusief voer en management. Innovatie krijgt de ruimte die het verdient, procedures worden aangepast en innovatiemiddelen zo ingericht dat nieuwe vindingen snel juridisch houdbaar toegepast kunnen worden en doelen worden gehaald.
  • Er komt een apart innovatieprogramma voor robotisering gericht op het besparen van arbeidskrachten.
  • In het natuurbeleid wordt de daadwerkelijk gemeten staat van de natuur leidend.
  • De nationale databank Flora en Fauna wordt zo snel mogelijk kosteloos en ongelimiteerd voor publieke doeleinden opengesteld.
  • Een veilig, decentraal vormgegeven elektronisch patiëntendossier, ook voor uitwisseling van gegevens binnen de zorg, met inachtneming van privacy en gegevensbeveiliging.
  • Het aanpakken van de personeelskrapte in de zorg heeft grote prioriteit. Daarom wordt het aantrekkelijker gemaakt om in de zorg te werken. Dit door middel van meer autonomie, loopbaanperspectief, goede arbeidsvoorwaarden en beperking van regeldruk en van administratieve lasten, bijvoorbeeld door meer innovaties.
  • € 330 mln voor versnelling opschaling digitale zorg in de wijkverpleging (Zvw). Deze maatregel richt zich op de implementatie en opschaling van bestaande digitale zorgtoepassingen in de wijkverpleging. Door dit te versnellen en te verbreden naar andere doelgroepen en de werkprocessen hierop aan te passen stijgt de arbeidsproductiviteit.
  • Versnellen opschaling digitale zorg in verpleeg- en gehandicaptenzorg (Wlz). Deze maatregel richt zich op de implementatie en opschaling van bestaande digitale zorgtoepassingen in de verpleegzorg en de gehandicaptenzorg in de Wlz. Door dit te versnellen en te verbreden naar andere doelgroepen en de werkprocessen hierop aan te passen stijgt de arbeidsproductiviteit.
  • Er komt een Europawet, met inbegrip van een regeling van informatievoorziening en procedures bij voorbereiding en totstandkoming van Europese wetgeving.
  • De Tweede Kamer krijgt meer ondersteuning (wetgeving, analyse en onderzoek).
  • Er komt een wetenschappelijke standaard voor het gebruik van modellen en algoritmes. Beide moeten openbaar en navolgbaar zijn. De bijsluiter maakt duidelijk waarvoor ze wel en waarvoor ze niet bedoeld zijn en gebruikt kunnen worden.

Er komt een wettelijke regeling voor en van de onafhankelijke inspecties, toezichthouders en autoriteiten, inclusief hun wijze van handhaving (wet op de rijksinspecties en autoriteiten).

  • Er komt een wetenschappelijke standaard voor het gebruik van modellen en algoritmes. Beide moeten openbaar en navolgbaar zijn. De bijsluiter maakt duidelijk waarvoor ze wel en waarvoor ze niet bedoeld zijn en gebruikt kunnen worden.
  • Gebruik van AI (artificiële intelligentie) door de overheid biedt voordelen maar wordt ook aan voorwaarden gebonden zodat veiligheid, privacy en rechtsbescherming geborgd zijn. De overheid, waarbij de kennis van digitalisering moet worden versterkt, en de maatschappij worden weerbaar gemaakt tegen desinformatie en ‘deepfakes’.
  • De Wet open overheid, de uitvoering hiervan en de hiermee gemoeide kosten, worden geëvalueerd.
  • Er komt een wettelijke regeling voor en van de onafhankelijke inspecties, toezichthouders en autoriteiten, inclusief hun wijze van handhaving (wet op de rijksinspecties en autoriteiten).
  • De rijksdienst zet aantoonbaar meer in op vakmanschap, kennis, uitvoering en burgerperspectief; werving voor en roulatie bij de algemene bestuursdienst worden in deze context hervormd.
  • De kennisinfrastructuur en de benutting daarvan in beleid en begrotingen wordt verbeterd, in het bijzonder voor de (middel-)lange termijn en voor demografische ontwikkelingen.
  • De groei van het aantal ambtenaren en de inzet van consultants bij (kern-)departementen van de afgelopen jaren wordt meer dan teruggedraaid, waarbij uitvoerende diensten worden ontzien. Deze taakstelling wordt gekoppeld aan het verminderen van regels en administratieve lasten voor de samenleving en de uitvoering.
  • Er wordt geïnvesteerd in structurele samenwerking met de regio. De bestaande regiodeals worden in overleg met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en decentrale overheden uitgebouwd tot strategische investeringsagenda’s met afspraken over wonen, bereikbaarheid, onderwijs en economie. Belangrijke gezamenlijke programma’s zoals het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’ en ‘Elke Regio Telt’, worden doorgezet. Nederland beschouwt het Caribisch deel van het Koninkrijk als waardevol.
  • Generieke taakstelling subsidies. Op begrotingen staan een groot aantal subsidiebudgetten terwijl de effectiviteit en doelmatigheid van de middelen vaak niet of onvoldoende zijn bewezen. Voorbeelden zijn subsidies voor gezonde leefstijl, inclusiviteit, participatie en medezeggenschap. Daarom worden de budgetten voor subsidies op de begrotingen structureel verlaagd met 1 miljard euro. Deze taakstelling wordt verdeeld naar rato van de subsidiegrondslag op de begrotingen waarbij de grondslag eerst wordt verlaagd met de specifieke budgetkortingen in dit hoofdlijnenakkoord.
  • Bescherming van de nationale veiligheid en bestrijding van radicalisering en terrorisme zijn in handen van de veiligheidsdiensten en de NCTV. De bevoegdheden van de diensten in verband met de digitale ontwikkelingen worden in de wetgeving aangepast; de WIV wordt zo snel mogelijk geactualiseerd. Er komt onderzoek naar een veiligheidsorganisatie met taken en bevoegdheden als het DGSI in Frankrijk.
  • De aanpak van digitale dreigingen door statelijke actoren en cybercriminelen wordt versterkt; intensieve samenwerking tussen overheid, veiligheidsdiensten, wetenschap en bedrijfsleven wordt bevorderd. Maximumstraffen voor cybercriminaliteit worden verhoogd. De bevoegdheden en middelen van de veiligheidsdiensten worden uitgebreid voor het tegengaan van economische spionage. Elektronica, zoals scanapparatuur, wordt afgebouwd in strategisch belangrijke sectoren en diensten vanuit landen met verhoogde spionagerisico’s. Spionage wordt strenger bestraft.

Het handels- en industriebeleid, ook in EU-kader, draagt bij aan vermindering van strategische afhankelijkheden, bijvoorbeeld ten aanzien van China op het gebied van kritieke grondstoffen. Er wordt voor het behoud van onze welvaart ingezet op handelsverdragen waarbij gelijke en redelijke standaarden van belang zijn.

Een stabiele Nederlandse economie en gezonde bedrijven kunnen niet zonder een goed vestigingsklimaat. Nederland moet behoren tot de top 5 van de landen met een goede concurrentiepositie. Bedrijven moeten zich in Nederland willen vestigen en willen blijven. Het verdienvermogen van Nederland moet voorop staan. Nederland moet een land blijven waar bedrijvigheid ontkiemt, bloeit en groeit. En Nederlandse bedrijven, groot en klein en ook de agrarische sector moeten kunnen blijven exporteren. Onze Nederlandse industrie is van groot belang voor ons verdienvermogen. Het is van belang dat we onze fabrieken behouden. Er is een grote toekomst voor bedrijven die schoon zijn, en toegevoegde waarde leveren voor Nederland. Hierbij is een visie op de ruimtelijke en economische structuur van Nederland belangrijk. Tegelijkertijd is er ook direct actie nodig; nu is er te veel knellende regelgeving die in de weg zit. En bij dit alles wordt samen opgetrokken met ondernemers en werkgevers, met werknemers en hun vakbonden. Daartoe het volgende:

  • Verbetering van het vestigingsklimaat staat voorop. Hierbij wordt ook gekeken naar fiscale maatregelen. Recente lastenverzwaringen voor ondernemers, verhoging van de energiebelasting en vermogen die zijn aangekondigd sinds Prinsjesdag worden deels teruggedraaid.
  • Regeldruk wordt tegengegaan door het adviescollege toetsing regeldruk en de uitvoeringsinstanties van meet af aan te betrekken bij het bedenken van beleid en wetgeving.
  • De beschikbaarheid van talent, versterking van de kenniseconomie, innovatie, en (digitale) infrastructuur krijgen prioriteit.
  • De kosten voor energie (zowel voor bedrijven als consumenten) mogen niet significant uit de pas lopen met de buurlanden. Bezien wordt welke maatregelen nodig zijn om bedrijven en consumenten te ondersteunen.
  • Geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid; daar waar mogelijk bestaande koppen, die zorgen voor extra regeldruk, schrappen.
  • In wetgeving en beleid moet rekening gehouden worden met de gevolgen voor kleine ondernemers, bijvoorbeeld wat betreft kosten en risico’s, zodat het in dienst nemen van mensen mogelijk blijft.
  • InvestNL wordt verstevigd als belangrijk vehikel voor investeringen in innovatie en in de potentie van onze economie.
  • Budget voor InvestNL. Voor de activiteiten van InvestNL wordt 1 miljard euro extra beschikbaar gesteld.
  • Nationaal Groeifonds uitfaseren. De afspraken van de rondes 1 tot en met 3 worden nagekomen. De rondes 4 en 5 komen te vervallen. Hierdoor wordt 6,8 miljard minder uitgegeven.
  • Het Fonds Onderzoek en Wetenschap wordt verlaagd met 1,1 miljard euro.
  • Renteaftrekbeperking Vpb naar Europees gemiddelde. De renteaftrekbeperking Vpb wordt van 20% naar het het Europees gemiddelde van 25% gebracht.
  • Compensatie transitievergoeding beperken tot kleine werkgevers (per 1-7-26). De compensatie voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (na afloop van de twee jaar loondoorbetalingsplicht) wordt beperkt tot kleine werkgevers (minder dan 25 werknemers). Werkgevers met 25 of meer werknemers worden niet meer gecompenseerd.
  • Inkoop eigen aandelen. De maatregel om de inkoopfaciliteit voor dividendbelasting met ingang van 2025 af te schaffen wordt teruggedraaid.
  • MKB-winstvrijstelling. In de Voorjaarsnota 2024 is aangekondigd dat de MKB-winstvrijstelling wordt verlaagd van 12,7% naar 12,03% met ingang van 2025. Dit besluit wordt teruggedraaid.
  • Energiebelasting. Het verhogen van de 3e, 4e en 5e schijf Energiebelasting op aardgas met 22,4% per 2025 en 2,7% extra per 2030 zoals aangekondigd in de Voorjaarsnota 2024 wordt teruggedraaid.
  • Box 2. De maatregel om het tarief van box 2 met ingang van 2025 te verhogen van 31% naar 33% wordt teruggedraaid.
  • Box 3. Voor een tariefsverlaging in box 3 wordt structureel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld.


Deel via:

Het laatste nieuws

Doe mee: onderzoek opleidingskosten bedrijven

Op 6 juni wordt er in Nederland gestemd voor de Europese Verkiezingen. We hebben de belangrijkste punten van de partijen met minimaal 1 zetel in de peiling op een rij gezet.
Opleiding & arbeidsmarkt

Europese verkiezingsprogramma’s: meer aandacht voor digitalisering

Op 6 juni wordt er in Nederland gestemd voor de Europese Verkiezingen. We hebben de belangrijkste punten van de partijen met minimaal 1 zetel in de peiling op een rij gezet.
Cybersecurity

Overheid toont eindelijk uitwerking cybersecuritywet NIS2: laat weten wat jij ervan vindt!

De conceptuitwerking van de NIS2-wet voor Nederland is gepubliceerd: de Cyberbeveiligingswet! Dit betekent dat we eindelijk duidelijkheid krijgen over wat de overheid precies voor ogen heeft met de wet die zij wil invoeren.
Cybersecurity

Help ons aan de 100 en help daarmee jezelf!

Het tekort aan gekwalificeerd ICT-talent is voor veel leden een rem op groei. Als collectief zetten we ons in om deze uitdaging te tackelen. Onderdeel daarvan is: meer inzicht in de aard van het probleem en mogelijke oplossingen. Vul je de enquête in?
Opleiding & arbeidsmarkt

Brancherapportage ArboNed: verzuimcijfers digitale sector

Hoe zijn de verzuimcijfers in de sector? ArboNed heeft een uitgebreide rapportage samengesteld met verzuimcijfers van werkgevers binnen de digitale sector. Bekijk de stand van zaken en hoe jouw bedrijf zich verhoudt tot anderen in de sector.
Werkgeverschap