20 september 2012

Social media en juridisch aspect zorgen voor boeiend Innovatiecafe

Ondernemer Arko van Brakel en ICT~Office organiseerden op woensdag 19 september de derde editie van het ICT~Office Innovatiecafé. In een informele setting konden de aanwezige ondernemers met elkaar in gesprek raken om ervaringen uit te wisselen en hun netwerk te vergroten en te verstevigen. Thema was social media en de juridische spelregels binnen uw onderneming.

Als sprekers traden op Erik Jan Koedijk (managing director Y-people) en Peter van Schelven (juridisch adviseur ICT~Office). Beide heren vertelden op prikkelende, soms humoristische wijze wat de kansen en (mogelijke) juridische valkuilen van social media binnen een onderneming zijn.

Ook bij social media gaat het om mensen

Koedijk ging in op de enorme vlucht die social media hebben genomen in onze informatiesamenleving en de grote kansen die dit biedt voor ondernemers en bedrijven. “Internet first”, zo citeerde hij Jan de Jong (algemeen directeur NOS). Daarbij benadrukte hij dat het ook bij social media om mensen draait, of het nu gaat om de zender of de ontvanger van de boodschap. “Jìj bent het kanaal!”, aldus Koedijk. Alleen door oprechte interesse te tonen in je klanten, haal je rendement uit social media.

Een ‘social-mediacampagne’ is dus een fout uitgangspunt. Social media zijn namelijk niet leidend. Het is een middel dat onderdeel uitmaakt van je strategie om mensen te bereiken. Met het ‘kopen’ van vrienden op Facebook bereik je bijvoorbeeld niemand, omdat je in werkelijkheid geen oprechte interesse toont in hen. Uiteindelijk zal je van die ‘vrienden’ geen ambassadeurs van je onderneming of bedrijf weten te maken.

Nog veel angst voor social media

Social media bieden dus veel kansen. Van Schelven wees erop dat dit niet zonder meer betekent dat social media door alle bedrijven massaal worden omarmd. Aan de hand van praktijkervaringen die hij als juridisch adviseur van ICT~Office is tegengekomen, stipte hij aan dat een hoop bedrijven nog altijd bang is voor social media en zich bijvoorbeeld geen raad weten met twitterende medewerkers. In plaats van reglementen voor Twitter op te stellen of accounts te verbieden, moeten die bedrijven zich volgens Van Schelven eens echt bewust gaan worden van wat social media eigenlijk zijn en kunnen betekenen voor een organisatie.

Ook behandelde Van Schelven een aantal zaken die voor de rechtbank zijn gekomen waarbij social media en concurrentiebeding centraal stonden. Uit de uitspraken van de verschillende rechtbanken blijkt dat ook de rechtspraak nog niet goed weet hoe om te gaan met social media. Waar bij de ene zaak iemand een flinke boete moest betalen aan z’n ex-werkgever vanwege het ‘linken’ met iemand op LinkedIn, werd iemand anders voor een vergelijkbaar contact via Facebook juist niet bestraft. Deze voorbeelden zorgden voor een levendige discussie onder de aanwezigen.